Het ‘diepere ik’ of de fictie van de ‘innerlijke wereld’

 

 

 

Van oudsher is filosoferen  zoeken naar waarheid over  mens,  natuur, moraal en samenleving. Ook banale leugens, schijn en mooie façades worden onvermijdelijk gedynamiteerd. (uiteraard enkel in ons bewustzijn) Ware kennis is immers persoonlijke macht, noodzakelijk voor onze zelfhandhaving, zingeving,  moreel bewustzijn en onze bijdrage tot de uitbouw van een rechtvaardige samenleving. Misleiding en bedrog worden dus blootgelegd. Denk aan mijn vorige column over de inhoud van het woord crisis. Ik ga nu een eveneens misleidend, leugenachtig idee ontmaskeren.

 

Iemand vertrouwde me onlangs  toe dat hij zich heeft laten inschrijven voor een cursus yoga – of was het zenmeditatie?  – om zo weer voeling te krijgen met zijn ‘diepere zelf’. Die voeling is immers doorslaggevend om in moeilijke situaties  belangrijke beslissingen te kunnen nemen.  Die persoon wil met zekerheid weten of zijn beslissingen volledig in overeenstemming zijn met zijn diepere verlangens. Hij wil dus absoluut keuzes vermijden die hij later zou kunnen betreuren.

 

Hierin herkennen we het denkbeeld dat mijn zelf de diepere bron is van mijn bewustzijn, van mijn keuzes, ideeën en opinies. Het alledaagse leven vertroebelt die bron. Door de verschillende sociale rollen die we spelen – we zijn als man én minnaar, én vriend, én echtgenoot, én schoonzoon, én papa, én het beroep dat we vervullen, enz - , door de afstompende taken die we moeten vervullen, door de dagelijkse opgejaagdheid en zorgen kan die bron niet helder en vrij opwellen. We leven aan de buitenkant van ons zelf. Of anders gezegd, ons bewustzijn is verstrooid: pas door weer af te dalen in de diepere lagen van ons zelf kunnen we ons bewustzijn in overeenstemming brengen met onze ware aard, en onszelf  in elke bewuste keuze, opinie of gewoonte herkennen.

 

Beste mensen, dit denkbeeld is een wensdroom genaamd ‘de mythe van de interioriteit’ of ‘de mythe van het diepere ik’. Dit romantisch denkbeeld is een fictie. De Franse XXste eeuwse romancier André Gide heeft tientallen jaren d.m.v. het bijhouden van een intiem dagboek koortsachtig gezocht naar zijn essentie – want daar gaat het hier om -  en…nooit gevonden.  Hij was niet de enige, hij is niet de laatste.

 

Dit denkbeeld stamt uit een cultuurbeweging die we ‘de Romantiek’ noemen en die ontstond op het einde van de 18de eeuw. De Romantiek was een reactie  op de Verlichting, op de triomf van het rationalisme en het atheïsme dat culmineerde in de Franse Revolutie.  De Romantiek was een terugkeer naar het sentimentalisme en naar het denken van het goddelijk geheel, van de harmonische eenheid, waarvan het diepere ik uiteraard een onderdeel van was. Dat diepere ik is niets anders dan een essentie van goddelijke oorsprong, een deel van het goddelijk plan, van de vooraf ingestelde stabiele goddelijke orde, waar geen plaats was voor menselijke vrijheid, menselijke zingeving noch voor de realisatie van sociale rechtvaardigheid gebaseerd op gelijkwaardigheid. In die zin behoort de Romantiek tot het Ancien Régime, waar je je als kleine man koest moest houden, de pastoor geloven en de kasteelheer vrezen en vooral niet filosoferen want dat was des duivels.

 

Die zogenaamde ‘innerlijke wereld’ is dus een theologische fictie, een theologische list   om de schapen bij de herder te houden.  Het is niet omdat we zeer persoonlijke ideeën en gevoelens koesteren, voor onszelf houden – of enkel delen met onze partner of andere intimi -, dat we automatisch kunnen spreken van het bestaan van een ‘innerlijke wereld’ of van een ‘dieper ik’.  We spreken correcter van intimiteit of van het bestaan van een bevoorrechte dialogische relatie.

 

 

Ivan Cloet, 17 juni 2012