GROND

 

Ik begin met een citaat van Jean Jacques Rousseau:

De eerste man die een stuk grond omheinde en zeidit is van mij”en mensen vond die naïef genoeg waren om hem te geloven, deze man is de stichter van de burgermaatschappij. Van hoeveel misdaden, oorlogen en moorden, van hoeveel ellende had de mensheid niet gered kunnen worden als iemand toen niet was opgestaan en had gezegd: “pas op en luister niet naar deze bedrieger; je dagen zijn geteld als je vergeet dat alle vruchten van de aarde van ons allen zijn en de aarde van niemand.”

Voor veel filosofen zoals John Locke, Karl Marx en Martin Heidegger was grond een belangrijk begrip. Tegenwoordig wordt grond en bezit meestal als een gegeven beschouwd en is er weinig discussie over in ons land. Dit is in Brazilië, Indonesië en Vietnam wel anders, hier worden vele kleine boeren van hun land verdreven door de grootgrondbezitters, grote bedrijven of door de staat. 

 

Bij het woordgrondwordt aan heel verschillende zaken gedacht. In onze taal wordt het woord veel gebruikt. Er bestaan talloze uitdrukkingen waar het woord in voor komt, zoals:

Iemand te gronde richten

Uit de grond van mijn hart

Een filosoof van de koude grond

Stille wateren hebben diepe gronden

 

Wij zijn allemaal gebonden aan de grond, misschien ruimtevaarders uitgezonderd, maar zij zijn slechts tijdelijk grondeloos. In het verleden speelde grond een andere rol dan nu. Wie veel grond bezat was rijk en van verstedelijking was nog geen sprake.

Bij de huidige verstedelijking verdwijnt steeds meer grond door bebouwing en asfalt.         

Toch is er ook vraag naar meer groen in de stad. De vraag naar meer bebouwing en meer groen vormt een vreemde paradox. Veel stadsbesturen hebben veel over voor hun parken, zelfs in steden als New York. De tuincentra zijn de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond verrezen. Het idee om het eigen huis en de stedelijke omgeving wat groener in te kleuren is duidelijk aanwezig. Het is niet zo maar een romantisch idee. Het is waar veel steden mee bezig zijn om de overgang van platteland naar stad vloeiender te laten verlopen.

Natuurlijk is er altijd strijd om de schaarse grond: probeer je auto maar eens te parkeren in het centrum van Antwerpen in de spitsuren. Toch zijn er ondanks dit ruimtetekort initiatieven voor stadsboerderijen, daktuinen op grote gebouwen en grasvelden tussen de flats die omgetoverd worden tot volktuintjes. Deze ontwikkeling wordt beschreven door Jan Hendrik Bakker in zijn boek Grond. Een pleidooi voor aards denken en een groene stad. Hij heeft het in zijn boek over filosofen, maar er staan ook gesprekken in met volktuinders en archeologen.

 

Zelf ben ik vrijwilliger in een schooltuin. Hier zaaien, verzorgen en oogsten kinderen tussen de 4 en 12 jaar hun groenten op een lapje grond bij de school.

Het is in het voorjaar, de zomer en de herfst een klein maar mooi onderdeel van het lesprogramma.

Persoonlijke binding met grond en landschap is voor mij belangrijk. De verheerlijking van het eigen landschap, land en cultuur brengt gevaren met zich mee. Zeker als anderen worden uitgesloten met een ander geboorteland en cultuur: de bloed en bodem gedachte ligt dan al vlug op de loer.

 

In de literatuur komt de band die mensen hebben met hun grond en landschap  vaak aan bod.

Denk aan de boeken van John Steinbeck en in de Nederlandstalige literatuur:

Simon Vinkenoog, Jan Wolkers, Louis Paul Boon en Rutger Kopland.

Een Vlaamse wandelaar die ik tegenkwam bij Diksmuide verwoordde het zo:

Een landschap kun je lezen zoals een boek, met de auto zie je de kaft, met de fiets blader je door het boek en te voet lees je het boek.

 

Ad Bakker