Crisis

 

Elke mens ervaart vroeg of laat een persoonlijke crisis, d.w.z., een geestelijke situatie waarin hetgeen vereerd of goedgekeurd werd, problematisch is geworden  en niet onmiddellijk vervangen kan worden.  M.a.w., het bestaan rammelt op zijn geestelijke fundamenten, de zekerheden in het bestaan zijn weg. Elke levende mens ervaart dit in zijn leven.  Voorbeelden? Een relatiebreuk die plots een feit is;  het plots opdoemend besef dat men eenzaam is; het plotse besef dat vader noch moeder noch zus je ooit begrepen hebben;   het plotse besef dat het leven dat men leidt ijdel en leeg is;  de vraag naar goed en kwaad in het volle besef van de dood van God en zijn absolute moraal…

 

De onproblematische enkeling daarentegen, is een levende dode.  Een menselijk bestaan, voor zover het geestelijk levendig is, bevindt zich af en toe in een crisis. Hetzelfde kan  nu gezegd worden van onze Westerse samenleving en van een aantal  van haar instellingen. (de katholieke kerk, de banken, de beurs, de politieke instellingen die ze zouden moeten controleren en sanctioneren en hierin gefaald hebben),…

 

Een persoonlijke crisis is op zichzelf een uitdrukking van een groeiproces en is daarom niet negatief maar eerder een noodzakelijke fase, een soort groeipijn, een rouwproces om hetgeen als een zekerheid werd beschouwd, nu te moeten erkennen als ontoereikend, fout, vals. Crisis als kinderziekte, als een fase die wijst op vernieuwing, verdieping van het bestaan en niet op een ondergang of neergang.  Immers, een crisis kan niet permanent zijn, net zoals een groeiproces niet blijvend is.  Stilstanden, rustige periodes  zijn op individueel vlak vaak genezend en versterkend en daarom noodzakelijk.

 

Een persoonlijke crisis is dus een beproevende tijd waarin moet gekozen betreffende fundamentele zaken. Van het oude moet bovendien afscheid genomen worden wat pijnlijk is. Het nieuwe moet zich nog bewijzen en daar moet nog aan gewend worden. Zich aanpassen vraagt inspanningen en soepelheid.

 

Dit is niet zo met onze kapitalistische economie die nu sedert medio de jaren 70 van de vorige eeuw van crisis naar crisis sukkelt. De zogenaamde oplossingen zijn immers lapmiddelen i.p.v. dat er fundamenteel gekozen wordt voor een andere economie. Economische groei kan inderdaad niet eeuwigdurend zijn in een eindige wereld.  Intussen is de term ‘crisis’ in ons bewustzijn besmet door dit blijven aanmodderen, door het blijven proberen, door blijven te weigeren te kiezen. Kortom, het woord crisis heeft ondertussen in ons bewustzijn  de betekenis van zoiets als een onherroepelijke catastrofe waar men niets aan kan verhelpen. Er is geen sprake meer van de noodzaak van het maken van een fundamentele keuze. Een economische crisis blijkt  iets te zijn als een natuurfenomeen: we kunnen er niets aan  verhelpen. Dit is een mooi voorbeeld van hoe het kapitalisme, via haar massamedia, de mens van zichzelf vervreemdt en hem onmachtig maakt.  Hopelijk heb ik u, beste lezer, met het bovenstaande ontsmet, bevrijd van een stuk hersenspoeling.

 

 

Ivan Cloet, dinsdag 21 februari 2012