Tegenwoordig gaan de discussies nogal eens over het ontstaan van de mens naar aanleiding van het jaar van Darwin. Er werden allerlei prognoses gemaakt via zijn evolutieleer. O.a. wordt verondersteld dat de mens eerst een soort eiwitachtig weekdiertje zou kunnen geweest zijn maar wel “androgyne” was, de twee sexen bezat.

 Ook het verhaal van Plato bij de oude Grieken bevestigt iets in dien aard. Er zou eens een mensen ras hebben bestaan dat androgyne was en in opstand kwam tegen Zeus. Deze werd zo boos dat hij zijn zwaard nam en dat ras in twee kliefde. Zo ontstonden man en vrouw. Het verhaal zegt dat verliefdheid niets anders is dan  het zoeken naar je andere helft je “alter ego” . 

 Verliefde dwazen willen dan ook altijd bij hun geliefde zijn,elkaar uren in de ogen kijken,vrijen,uren praten. Ze verlangen ,smachten en hunkeren naar elkaar. Dat is allemaal goed en wel maar het belangrijkste lijkt mij de “afwezigheid” van de andere omdat je dan alleen nog “verlangt” en dat is in tegenstrijd  met het vorige nl. het versmelten met elkaar.

Verlangen heeft geduld nodig,is bereid te wachten,is je vragen stellen”zie  hij (zij) mij nog graag? Is hij(zij) mij wel trouw? Wanneer komt hij(zij)?”.

Eens was ik gehuwd met een lijnpiloot. In de beginjaren… wat kon ik afzien van zijn afwezigheid. Wat stelde ik me allemaal voor…mist hij mij? Is hij niet met een mooie airhostess op stap?

Ik stak liefdesbriefjes in zijn bagage,ik vond er op mijn oorkussen van hem. Hij telefoneerde uit verre landen om te zeggen hoe graag hij mij zag. Eens telefoneerde hij vanuit het vliegtuig op een nieuwjaarsnacht  na het opstijgen om mij een gelukkig jaar te wensen.(Gsm bestond toen niet). 

 Ja, eenzame nachten, dagen, weekends. En… hoe langer hij weg was    aantrekkelijker hij werd . Wij misten elkaar, wij leden er onder,maar nadien bezien waren het de beste momenten  nl. het verlangen, de gevoelens van wanhoop,de hunkering. Al die dingen samen zijn zo belangrijk, want het is een luxe van iemand te hebben waarvan je houdt.

En wat met die allesverslindende liefde, niet zozeer de sex maar passie, liefde die je naar de keel grijpt, die je verteert. Zo lang die liefde bestaat is er nog hoop voor de mensheid.  Enerzijds zorgt de geliefde voor geborgenheid, anderzijds voor het verlies van je ik, van je identiteit.

 Is dat nu iets dat men moet wensen of niet, want het is een mengeling van pijn en genot. Of is het  zoals ik ergens las”liefde is een goede kracht die ons drijft naar de absolute harmonie”?  Zal men het moeten doen met minder romantiek door de recente ontnuchterende ontdekkingen van de neurochirurgie dat verliefdheid  gekoppeld is aan welbepaalde zenuwcircuits in ons brein? Dan is alles wat wij voelen een illusie. Maar  dat  wil daarvoor niet zeggen dat ik geen zin of vreugde in mijn leven zou kunnen ervaren  en dat maakt  verliefdheid niet minder aangenaam toch?

Leve de romantiek wat mij betreft. 

Liefde is niet alles, maar zonder liefde is alles niets… Rosetta

Terug