IDENTITEIT

Vorige maand zag ik de kop boven een artikel in mijn ochtendblad “Fransen prijzen zich de hemel in”.

Het ging over de nationale identiteit in Frankrijk, daar heeft minister Besson dit debat in gang gezet. De vraag is: wat betekent het om Frans te zijn.

Er is een website gelanceerd, er is een kleine canon samengesteld met belangrijke teksten en symbolen. Het debat wordt eind januari gesloten en deze minister Besson zal zelf in februari de slotconclusie schrijven.

Aan deze discussie doen historici, politici, zakenmensen en natuurlijk filosofen mee.

Uit verschillende peilingen blijkt dat een meerderheid voor zo’n discussie is. Er zijn natuurlijk ook tegengeluiden. Zo stellen verschillende politicologen dat er helemaal geen Franse identiteit is:

Identiteiten zijn het resultaat van wat we iedere dag weer doen, sociaal, politiek, dus in de praktijk.

De definitie van wat een natie is, behoort aan de samenleving en niet aan de staat.

De filosoof Alain Renaut brengt in herinnering dat Frankrijk in 1998 wereldkampioen voetbal werd.

Er werd in die dagen op gewezen op de verschillen in afkomst en kleur in het elftal. Even werd er gedacht dat diversiteit een onderdeel is van de Franse identiteit. Dit was echter van korte duur.

Verder vindt Renaut dat het een slechte zaak is dat minister Besson gaat over zowel immigratie als nationale identiteit. Hij staat hier niet alleen. Een groep van twintig wetenschappers deden een oproep om zijn ministerie maar af te schaffen.

In Nederland brandde de discussie over de nationale identiteit even los na de uitspraak van prinses Maxima dat “de Nederlander”niet bestaat. Zij werd hier fel op aangevallen, maar niemand in Nederland heeft nog duidelijk gemaakt wat “de Nederlander”nu eigenlijk is.

Wel is er een canon samengesteld over de geschiedenis in Nederland. Dit zijn de 50 belangrijkste thema’s en personen uit de Nederlandse geschiedenis, met veel aandacht voor cultuur. De samenstellers hebben duidelijk aangegeven dat dit geen canon is voor de nationale identiteit.

Het is gemaakt voor het onderwijs: de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

Zo leerde generatie op generatie dat de Batavieren de Rijn afzakten en bij Lobith ons land binnen kwamen. Nederland bestond echter nog niet en de Batavieren trokken weg naar het zuiden dus we stammen er ook van af. Zelfs in de tijd van Willem van Oranje was er nog geen sprake van Nederland. De vader des vaderlands sprak Frans en was nauwelijks bekend met de Nederlandse taal.

Er zijn veel geschiedenis programma’s op tv. Toch schort er nogal wat aan de historische kennis.

Zo was er een student die een Engelse tekst kreeg over William of Orange.

Bij de beantwoording van de vragen had hij het over Willem de Sinasappel in plaats van Willem van Oranje. Die zit nu natuurlijk in deze canon.

Ook Spinoza en Annie M.G. Schmidt hebben hier hun plekje. Een aantal orthodox protestantse scholen wilden Spinoza er niet in hebben. Het is ze “god zij dank”niet gelukt deze vrijdenker te laten verwijderen uit het lijstje van vijftig.

De eerste geschreven woorden in het Nederlands staan ook in de canon, ze dateren uit ongeveer 1100 en zijn geschreven door een Vlaamse monnik. Deze eerste zin naar modern Nederlands is:

Alle vogels zijn al aan het nestelen, behalve jij en ik; waar wachten wij nog op?

De oudste geschreven tekst komt dus van een liefdesliedje uit Vlaanderen.

Wij hebben inderdaad een gezamenlijke taal. Toch zijn er wel verschillen en leiden soms tot spraakverwarring. Zo zeggen ze hier dat ze nog een eitje te pellen hebben met iemand, maar in Nederland is het een appeltje met iemand te schillen hebben.

Bij de uitgave van het Prisma Handwoordenboek Nederlands wordt hier rekening mee gehouden.

Zo zijn er 3500 woorden en uitdrukkingen die alleen in Vlaanderen worden gebruikt en 4500 alleen in Nederland. Onze taal en cultuur zijn met elkaar verweven, de verschillen geven het ook een extra charme.

 

In februari weten we of dé Fransman bestaat, we weten dat dé Nederlander niet bestaat, er is echter een vraag die ik niet durf te stellen. Bestaat dé …….

Ik kom nog steeds graag naar Vlaanderen en dat wil ik zo houden!

 

Ad Bakker