Citaten …
“Als je niet zenuwachtig wil worden, dan moet je aan iets anders denken. Aan iets vrolijks. Aan tulpen of zo…” (Hanne, 12 jaar)
“Soms word ik ook wel zenuwachtig als iemand heeft gezegd dat we iets heel tofs gaan doen…” (Ilya, 9 jaar)
“Wij kunnen een kleur wel een naam geven en ze hetzelfde noemen, maar niet voor iedereen IS ze hetzelfde.” (Rob, 10 jaar)
“Als je een woord een paar keer na elkaar zegt, dan begin je altijd te denken: Wat voor een raar iets is dat eigenlijk?” (Ilya)
“Als alles oneindig was, dan zou alles blijven lopen. En dan zou alles elkaar tegen komen. En dan zou dat één iets vormen. En dat ene iets zouden wij dan weer een naam geven. En dan wordt het eigenlijk simpel… Want dan hebben we nog maar één naam nodig. LITSCH bijvoorbeeld. Simpel voor baby’s, want die moeten dan niet meer alle woorden leren. Alleen LITSCH.” (Rob)
“Volgens mij hebben ze gewoon het woord oneindig bedacht, omdat mensen het niet konden snappen dat iets geen naam had.” (Rob)
“De mensen geven een naam aan de dingen die ze snappen, omdat ze het antwoord hebben op een vraag. En ze geven een naam aan de dingen die ze niet snappen, omdat ze het antwoord WILLEN hebben op een vraag. Zodat ze dan niet meer vastzitten en gewoon kunnen verdergaan met wat ze willen doen.” (Hanne)
“Volgens mij kan iemand die kleurenblind is wel een beeld in zijn hoofd hebben van een kleur. Want in je hoofd, ook al ben je blind, kan je kleuren zien.” (Rob)
“Als ik mijn ogen dicht doe en ik kijk naar licht, dan zie ik eigenlijk wel kleuren. Maar iemand die blind is, zal zich wel afvragen: ‘Wat is dat nu?’ Of misschien ziet hij gewoon zwart…” (Ilya)
“Als je je ogen toe doet, dan kunnen de kleuren misschien snel-snel veranderen. En ze veranderen opnieuw als je je ogen open doet. En jij weet dus niet welke kleur het echt is.” (Ilya)
Lees het volledige verslag van onze sessie ‘filosoferen met kinderen’ door hier te klikken.