Verslag Filosofisch Café van 9 september 2007

 

Moderator: Christel Desmaretz

 

 

Koen Peeters heet iedereen welkom op onze eerste filosofische bijeenkomst van het nieuwe seizoen.

Tijdens de afgelopen cultuurmarkt konden bezoekers van onze stand deelnemen aan een wedstrijd door een filosofische vraag in te dienen. De winnende vraag, ingediend door Cedric Heerman, “Kan men in niets geloven?” komt zoals beloofd bovenaan het lijstje vragen waaruit we vandaag zullen kiezen. Uiteraard worden de overige vragen traditiegetrouw ter plaatse ingediend.

 

Het wordt een mooie lijst vragen en er zijn 2 stemrondes nodig om er ééntje uit te kiezen

·        Kan men in niets geloven?                            5 stemmen – 10 stemmen

·        Zijn we van bij onze geboorte bepaald?          1 stem

·        Heiligt het doel de middelen?                          5 stemmen – 7 stemmen

·        Heeft toeval een reden?                                    2 stemmen

·        Denken, is dat nog nodig?                                2 stemmen

·        Is een algemeen aanvaarde opvatting juist?    1 stem

·        Kan mijn gedachte de wereld veranderen als ik die niet uitspreek?    3 stemmen

·        Leidt filosoferen tot het creëren van een moraal?     5 stemmen – 9 stemmen

·        Wat drijft ons?                                                   2 stemmen

·        Kunnen we middels filosoferen tot blijvende universele waarheden komen?       2 stemmen

 

Uiteindelijk haalt de winnende vraag van de cultuurmarkt het ook vandaag: Kan men in niets geloven?

Wanneer we de vraag louter grammaticaal bekijken, zouden we simpelweg “ja” kunnen antwoorden. Maar zo gemakkelijk maken we ons er uiteraard niet vanaf. Jammer dat de indiener van de vraag vandaag niet aanwezig is. Dat betekent dat we niet kunnen nagaan wat hij er precies mee bedoelt. Mede daardoor zitten we al vrij snel met een aantal bijkomende vragen. Hebben we het over niets in de betekenis van niet iets of gaat het over “Het niets”? Niets als object van ons onderzoek wordt ineens iets. Is niets dan toch iets?

Hebben we iets/niets nodig om in te geloven, om te kunnen geloven? En moet dat iets dan echt bestaan of kan het ook een idee, een gedachte zijn? Als men niet in iets gelooft, gelooft men dan in niets? Kan je ook niet geloven? Gaat het in de vraag over geloven in religieuze zin of kunnen we het in een ruimere context bekijken?

 

De notie niets kan maar bestaan bij de gratie van iets, als tegengestelde of als spiegelbeeld van iets. Misschien is het omgekeerd ook zo: elk iets is er dankzij het niets. We zien sterren (iets) omdat we rond die sterren niets zien. Het niets is de leegte. Of is leegte ook iets? En is iets en niets dan toch hetzelfde. Iemand brengt in dat niets een on-iets is en in die zin dus niet hetzelfde maar ook niet iets compleet anders dan iets. Niets is gewoon een variant van iets.

We lopen vast op niets (of in het niets?). Misschien kunnen we het begrip niets zo moeilijk vatten omdat we het nooit echt kunnen ervaren. Er is altijd iets. Dat iets is altijd gedefinieerd, bepaald terwijl niets eerder vaag en ongedefinieerd is. Iets en niets wordt vergeleken met leven en dood.

Zoals een deelnemer aangeeft: neem alle ‘ietsen” uit je omgeving weg en dan blijf jijzelf nog altijd over als iets. Er is nooit niets. Volgens deze man is de vraagsteller zichzelf uit het oog verloren.

 

Voor sommige deelnemers wringt er wat in de vraag. Het begrip niets heeft een negatieve lading terwijl geloven eerder geassocieerd wordt met iets positiefs. Hoewel, niet iedereen is het hiermee eens. Geloven in mensen met slechte bedoelingen of geloven dat de treinen altijd stipt rijden kan wel eens een teleurstelling opleveren. Een sceptische deelnemer zegt dat hij pas iets gelooft wanneer hij het zelf ziet, ervaart. En dan is het geen geloven meer maar weten. Dit brengt ons tot een aantal mogelijke definities van wat geloven dan wel zou kunnen zijn. Geloven is voor waar aannemen wat je niet zeker weet. Wat waar/niet waar is bepaalt dus niet ons geloof, maar geloven bepaalt juist wat waar en niet waar is.

Geloven is altijd een emotioneel beleven. Het is gevoelsmatig, het is geen rationeel weten maar een weten met je gevoel. Dat maakt geloven iets heel individueels. Nochtans zijn er duidelijke aanwijzingen om aan te nemen dat geloven een collectief gebeuren is. Het is een overtuiging tot het tegendeel bewezen is of in ieder geval voldoende beargumenteerd is. Of is geloven juist een overtuiging die overeind blijft ondanks alle tegenargumenten? Volgens sommigen is geloven gebaseerd op ervaringen, volgens anderen bepaalt geloven (of het geloof) onze ervaringen. Geloven is altijd intentioneel, gericht op iets of iemand. Kan men dan in niets geloven? Geloven is een houvast, het opvullen van een leegte uit angst voor die leegte. Is die leegte dan niets of iets? Geloven heeft ook te maken met vertrouwen. Tot slot wordt ingebracht dat geloven meestal toekomstgericht is en dat leven in het NU geloven misschien wel overbodig maakt.

 

Niets en geloven, het blijven 2 moeilijke begrippen. Kan men in niets geloven? We moeten het gesprek beëindigen zonder een duidelijk antwoord op die vraag. Een goede (filosofische) vraag roept verwarring, ja zelfs enige wrevel op. Maar ik geloof dat we vanmiddag een heel klein beetje wijzer geworden zijn. En dat is toch niet niets. Bedankt voor jullie inbreng! 

 

Christel

 

Terug