Zondag, 10
juni 2007
De Lange
Gasthuisstraat is een van die straten in Antwerpen met een verhaal. Enkele
bewaard gebleven statige paleizen herinneren er aan de tijd waarin rijke
kooplui, zoals Van Schoonbeke, hun hemel kochten met
de financiering van Gast-, Wees- en “Maagdekens”-huis
(wat dat ook moge betekend hebben ten tijde van “den Spanjaard”).
Tussen de Leopoldplaats en Mechelseplein
bevinden zich dan weer enkele winkelpanden en cafe's
die soms uitblinken in originaliteit, dit niet in het minst door de naam die
hun uitbaters voor de zaak bedachten. Wie zich hier met de tram verplaatst
bevindt zich in een bevoorrechte positie. Inderdaad, alle aandacht die een actief weggebruiker nodig heeft om het eigen en andermans
lijf van onheil te vrijwaren (bij gebreke waaraan deze straat haar naam alle
eer aandoet) , kan nu worden benut om, al was het maar gewoon, door het raam te
turen naar mens, dier en ding.
En zo gebeurde
het dat ik onlangs, op tram 8 gezeten, ter hoogte van de Sint Jorispoort oogcontact had met een
grote roze poedel die de wereld aanschouwde vanuit een winkelraam.
Een die kijkt
vanuit de tram naar een die kijkt vanuit de etalage met net boven de kop op de
vitrine de naam van de zaak:
HANDEL IN
EMOTIONELE GOEDEREN
Even verder
op het Mechelseplein zit Willem Elsschot te kijken en
vindt dat het goed is. Het had waarachtig uit zijn pen kunnen vloeien.
En op
hetzelfde moment dat dit merkwaardige opschrift mijn netvlies bereikt, bevind
ik mij in een andere tijd op een andere plaats. Dit met een snelheid waar Dr. Barabas bij zou verbleken. En bovendien quasi gelijktijdig
gaat het om twee plaatsen en over dat wat voorbij is en dat wat nog komen
moet.
Wat voorbij
is: Negentiende eeuw ten huize Schopenhauer die , naar
het schijnt, de gewoonte had zijn poedel aan te spreken met “mijnheer”. Wat zou
mijnheer denken van een ochtendwandeling? Was het trouwens ook niet die notoire
pessimist die had vastgesteld dat de aanblik van een dier hem met vreugde
vervulde.
Wat nog komen
moet: filosofisch week-end in Veere
waar het over emoties zal gaan.
Maar hier en
nu in de Lange Gasthuisstraat is de poedel geclassificeerd bij de “Emotionele
Goederen”. U raadt het al: een opgezet exemplaar dus, van dier tot ding
verworden tengevolge van menselijke emotie. De emotie van het houden, houden
van of hechten aan en tenslotte niet in staat te zijn
los te laten. Mogelijk ook andere beweegredenen. Emotie zet je in beweging. De
rol van locomotief. Move! Movement.
Beweging.
Sommige
emoties, en dat zijn er nogal wat, halen een mens onderuit. Andere werken
pro-actief. Wordt de emotie op gang gebracht, gevoed en in stand gehouden door
het denken? Wellicht. En wat doen we als we dat zien? Gaan we dan ten strijde
tegen de emotie? Door wie wordt die strijd dan bedacht en gevoerd? Door
dezelfde denker als die welke de emotie op gang bracht ?
Jean De Waegenaere.