Verslag Filosofisch Café van 11 maart 2007

 

Moderator: Christel Desmaretz

 

 

Welkomstwoordje door Koen Peeters

 

 

De vragen/stellingen die door de deelnemers naar voor werden geschoven

Onderwerp

Aantal stemmen

·        Wat wil verveling ons zeggen?

·        Heeft de mens als taak om bij te dragen aan het geluk van een ander?

·       Is bezig zijn met het milieu nog van deze tijd?

·       Kernenergie is noodzakelijk!

·      Vloeit extremisme voort uit frustratie?

·       Is “second life” een vervalste werkelijkheid?

·          Wanneer is iets fout?

·          Bestaat links en rechts nog in de politiek?

 

3

7

 

5

0

0

0

3

0

 

 

 

Verkozen vraag: Heeft de mens als taak om bij te dragen aan het geluk van een ander?

Rosetta, de indienster van de vraag legt uit dat ze geneigd zou zijn om de vraag bevestigend te beantwoorden.  Maar tegelijkertijd vind ze dat ieder mens zelf verantwoordelijk is voor zijn/haar geluk. Bedenk dat we in een maatschappij leven die steeds individualistischer wordt. Het lijkt erop dat onze handelingen meer en meer bepaald worden vanuit een egoïstische houding. Bovendien lijken mensen meer en meer van elkaar te vervreemden. Kunnen we, met dat in ons achterhoofd, stellen dat we (mede) verantwoordelijk zijn voor het geluk van anderen?

 

Voor een aantal deelnemers is de uitdrukking “tot taak hebben” zeer problematisch. Het wordt onmiddellijk geassocieerd met “moeten”, met iets dat opgelegd wordt door één of andere (hogere) instantie. Door wie of door wat wordt die taak opgelegd? Kan je jezelf niet die taak opleggen? En dan zou het toch ook te maken met een vrije keuze. Dat roept dan weer de bedenking op of we wel zo vrij zijn in onze keuzes als we zouden willen geloven. Misschien is zelfs dat wat we ervaren als een vrije keuze toch op de één of andere manier gedetermineerd. Iemand stelt dat, wanneer een ouder zijn kinderen gelukkig wil maken, en daarvoor bepaalde keuzes maakt, dat toch te maken met een bepaalde vorm van zelfbehoud, van overleven. Misschien kunnen we dan spreken van een genetische taak. Maar geldt dat ook in het omgekeerde geval, wanneer je als kind je ouders (of je broers en zussen) gelukkig wil zien? Sommigen zijn van mening dat hier toch een zeker eigenbelang meespeelt. Je wil de mensen om je heen gelukkig zien, niet zozeer omwille van HUN geluk, maar vooral omdat dat JOU gelukkig maakt. Je zou dit “altruïstisch egocentrisme” kunnen noemen.

Sommigen vinden dat we eerst moeten weten wat we bedoelen met het begrip “geluk” om de vraag te kunnen onderzoeken. Er worden suggesties gedaan om “geluk” te vervangen door “welzijn”. Wordt de vraag dan niet eenvoudiger te beantwoorden? Misschien wel. Maar misschien is dat niet nodig wanneer we inzien wat de kern van de vraag is, namelijk of we kunnen/moeten bijdragen tot geluk, onafhankelijk van de inhoud van het begrip geluk. We blijven er toch mee worstelen. Waar hebben we het over als we over geluk spreken? Is dat niet iets heel individueels?  Erik Oger vertelde ooit hier in Den Hopsack dat geluk volgens hem niet na te streven is. Als je er explisiet naar op zoek gaat ontglipt het je. En toch is het er soms ineens, onverwacht, als extraatje.

In ieder geval blijkt geluk een gevoel te zijn dat je als het ware afstraalt op je omgeving. Het gaat vaak om een wisselwerking tussen jou en andermans geluk. Er wordt nog opgemerkt dat de ander ook moet openstaan voor je bijdrage. Je kan gelukkig zijn inderdaad niet opdringen. Maar de vraag of we ertoe moeten of kunnen bijdragen blijft. Iemand brengt de “Piramide van Maslow” ter sprake. Deze piramide is opgebouwd uit verschillende lagen: onderaan de (fysiologische) basisbehoeften, vervolgens sociale behoeften en uiteindelijk helemaal bovenaan de behoefte tot zelf-ontplooïng. Om gelukkig te kunnen zijn, moet aan deze opeenvolgende niveaus van behoefte voldaan worden. Het lijkt er in deze theorie toch op dat we, vooral op het niveau van sociale behoefte, een bijdrage (kunnen) leveren aan elkaars geluk.

Ook al zijn we niet rechtstreeks verantwoordelijk voor het geluk van een ander, is het volgens sommigen wel nodig (is het onze taak) om ons bewust te zijn van het effect dat onze handelingen kunnen hebben op anderen. Dat bewust zijn heeft te maken hebben met mededogen, inlevingsvermogen, empathie, inzicht... En dat gaat veel verder dan enkel onze naaste omgeving. Een veel aangehaald voorbeeld is het milieu of vooral de milieuvervuiling die een effect heeft of op langere termijn zal hebben op ieders geluk.

 

Zoals één van de deelnemer opmerkt, blijft de vraag nog steeds overeind aan het eind van het gesprek. Al heel snel bleek dat het geen eenvoudige vraag was. Er waren, vooral aan het begin van de middag, nogal wat twijfels over de juiste formulering en af en toe was er de neiging om bepaalde begrippen te vervangen door een “gemakkelijker” alternatief. Maar we gingen de uitdaging aan en dat resulteerde toch weer in een geanimeerd en interessant gesprek. We hadden het trouwens niet anders verwacht.

 

Christel

 

Terug