Zondag 11 februari, filosofisch café in Den Hopsack. Naar goede (of slechte) gewoonte starten we met een handjevol mensen dat langzaam maar zeker aangroeit. Tegen half drie, als de vragen uit het publiek genoteerd zijn, tellen we zowat 30 deelnemers. Zij mogen kiezen uit een ruim aanbod:
-Hoe belangrijk is een regio voor je persoonlijk identiteit? 0 stemmen
-Is oordelen onvermijdelijk? 4 stemmen
-Wie veroorzaakt de golfbeweging in de maatschappij? 1 stem
-Leidt wijsgerigheid tot wijsheid? 2 stemmen
-Ontstaat kennis van buitenaf of van binnenuit? 3 stemmen
-Wanneer neem ik mijn tijd? 2 stemmen
-Heeft teleurstelling iets te maken met de reden
waarom je naar filosofie grijpt?
1 stem
-Waarom is de mens fundamenteel slecht? 4 stemmen
-Wat is de zin van pacifisme? 2 stemmen
-Beslis ik zelf over mijn leven? 1 stem
Na een herstemming kiest een meerderheid van 17 deelnemers voor volgende vraag:
Is oordelen onvermijdelijk?
De vraagsteller nodigt de aanwezigen uit om hem te overtuigen van het tegendeel. Voorlopig heeft hij zelf nog geen enkele uitspraak gevonden waarbij je niet oordeelt. Hierin zit ook een zekere definitie van het begrip ‘oordeel’ vervat, met name: “iedere uitspraak die je doet”. Daar is niet iedereen het mee eens. Volgens een aantal mensen heeft oordelen met macht en/of positie te maken. In dat geval zijn er mensen die mogen oordelen (omdat ze voldoende kennis hebben) en mensen die niet mogen oordelen (omdat ze onvoldoende kennis hebben). Men denkt daarbij aan een rechter die alle aspecten van een rechtszaak kent. Daarbij wordt ook de opmerking gemaakt dat het wel degelijk mogelijk is om nu, op dit moment, in dit filosofisch café niet te oordelen. Dat roept meteen heel wat protest op. Is het uitspreken van de overtuiging ‘alleen wie voldoende kennis heeft, mag oordelen’, dan geen oordeel?
Het gesprek lijkt uit te draaien op een taalkundige kwestie over wat het begrip ‘oordeel’ nu precies inhoudt. Daarom stelt de moderator voor om de ruimere definitie van de vraagsteller – iedere uitspraak is een oordeel – opnieuw als uitgangspunt te nemen en te onderzoeken of dit wel degelijk zo is. Of kan je uitspraken doen die geen oordeel zijn?
In de loop van het gesprek wordt geen tegenvoorbeeld gevonden. Wel wijzen een aantal deelnemers herhaaldelijk op ‘ervaringen’ die los lijken te staan van oordelen. Zoals daar zijn: het ik-loos worden bij bepaalde meditatieoefeningen (Oosterse filosofie), een orgasme krijgen,… Maar een echte oplossing voor onze kwestie bieden ze niet en daarvoor worden een relevante argumenten aangehaald:
-je gaat niet in voortdurende extase door het leven; het zijn slechts momentopnames
-dit zegt nog steeds niets over het al dan niet oordelend karakter van de momenten waarop we iets denken of zeggen
Het gesprek is nog in volle gang als het klokje al 5 uur slaat. Voor ons is één ding alvast duidelijk. We zullen nooit meer onbevangen kunnen zeggen dat we in ons filosofisch café ‘onze oordelen opschorten’. Want wat als elke uitspraak inderdaad een oordeel is????
Sandra