| Onderwerp |
Aantal stemmen |
| ·
Gaat de tijd sneller naarmate we ouder worden? ·
Moet er een zin zijn in het leven? · In hoeverre kan ik m’n tijd nemen? · Wat is de zin van het leven? · Wat zoeken we hier? · Kan een persoon té bescheiden zijn?
·
Kan je genieten als je nadenkt?
· Wat drijft/beïnvloedt de mens? |
3 4 3 0 1 1 6 3 |
Paul, de indiener van de vraag, verduidelijkt eerst één en ander. Hij vraagt zich af of genieten en nadenken wel ooit kan samenvallen. Hij gelooft zelf van niet, heeft het in ieder geval nog nooit ervaren. Het genieten komt nà het denken of andersom.
Wat bedoelen we precies met genieten – genot. Renaat maakt het onderscheid tussen vreugde en genot. Volgens hem beleef je vreugde wanneer je iets voor de eerste keer, onaangekondigd, meemaakt. Genot wordt het pas wanneer je die vreugde-beleving opnieuw probeert op te roepen. In zijn definitie is er geen link tussen vreugde en denken, terwijl genot juist wel gepaard gaat met denken. Maar al snel blijkt dat lang niet iedereen het daarmee eens is. Is het niet zo dat ons denken het genot in de weg staat, verstoort of doet verdwijnen? Jean geeft een voorbeeld: tijdens een avondwandeling aan de Schelde ziet hij een prachtige zonsondergang. Hj ervaart een intens genot zolang er geen gedachten bij te pas komen, zolang hij volledig opgaat in die beleving. Het genot overvalt ons als het ware, onaangekondigd - hier en nu - zonder dat we erbij nadenken. Van zodra er gedachten opkomen wordt de intensiteit van het moment, van het genieten, minder. Je kan dat identieke genotsgevoel ook geen tweede keer oproepen.
Hoe zit het met genotsmiddelen zoals alcohol of drugs? Het denken wordt uitgeschakeld en je geniet zolang die roes duurt. Maar hebben we het in dit onderzoek over deze specifieke vorm van genot? Ook hier gaat het in zekere zin over momentaan genot. Toch lijkt er een verschil te zijn tussen het zintuiglijke genot in het voorbeeld van Jean en het kunstmatig opgewekt genot bij het gebruiken van genotsmiddelen. Al blijft het moeilijk om aan te geven waarin het verschil nu juist zit.
Een aantal mensen zijn van mening dat we altijd denken, zelfs wanneer we ons daar niet bewust van zijn. Als dan de stelling klopt dat denken en genieten niet samen kunnen gaan, zou dat betekenen dat we eigenlijk nooit kunnen genieten. Maar ook hier komt de vraag naar voren: hebben we het hier over deze vorm van denken? Als we het in de uitgangsvraag hebben over “denken” bedoelen we wellicht niet deze louter fysiologische (hersen)activiteit, maar eerder een bewust NAdenken. In dit verband wordt verwezen naar het Boeddhisme, waar het volledig leeg maken van gedachten (het nirwana) beschouwd wordt als het hoogst bereikbare ideaal, het ultieme geluk. Maar dit geluk gaat juist om het bereiken van een zekere onafhankelijkheid van “genot” in de betekenis die wij er nu aan geven. Of wat te denken van Epicurus die juist meende dat “het hoogste geluk ligt in het genot”. Voor de Epicuristen was genot niet meer of niet minder dan vrij zijn van lichamelijke en geestelijke pijn, een toestand van volkomen gemoedsrust (ataraxie), van tevredenheid. Dit bereikte je door een sober leven en door een zeker inzicht (phronèsis) of levenswijsheid.
De notie “inzicht” wijst dan toch weer op een duidelijk verband tussen genot en nadenken. Kunnen we dit inzicht ook terugvinden in onze eigen alledaagse voorbeelden van genot? Sommigen menen van wel, anderen twijfelen nog steeds.
En ondertussen vliegt de namiddag weer voorbij.
Misschien was vandaag het “denken over genot” ook een beetje “genieten van het denken”. Mocht dat het geval zijn hebben we alsnog een antwoord gevonden op de uitgangsvraag.
Christel