Op zondag 10 december loopt Den Hopsack snel vol voor het maandelijkse filosofisch café.

 

Koen vermeldt in zijn welkomstwoordje een aantal praktische elementen:

-op 3 en 4 februari kan je in Hasselt deelnemen aan een cursus ‘Een filosofisch café organiseren en begeleiden’ bij Kristof Van Rossem (Stichting Lodewijk de Raet). We zullen daar ook aanwezig zijn om onze eigen ervaringen toe te lichten.

-Christel en Sandra helpen bij het opstarten van het filosofisch café in Hasselt door de eerste sessies op 16 februari, 23 maart, 20 april en 25 mei te begeleiden (vrijdagavonden 19.30-21.45 u). De bedoeling is dat daarna anderen de fakkel overnemen.

 

Vervolgens komen er maar liefst 12 interessante vragen op de flap:                        

 

Aantal stemmen

Is het IK gelijk (of niet gelijk) aan zijn gedachten?

0

Moeten we individueel / in groep optreden inzake milieuvervuiling?

2

Wanneer ben ik grootmoedig?

3

Bestaat winnen en verliezen?

0

Wat is het verschil tussen kennen en weten?

1

Is kennis belangrijker dan vaardigheden?

4

Wat is waarheid?

1

Zijn er grenzen aan slimheid?

0

Hoe eigen is een eigen mening?

11

Bestaat een onbaatzuchtige daad?

10

Kan je ooit jezelf zijn?

3

Kan je bevredigd blijven?

0

 

Een ploeg studenten van Richard Anthone, allemaal nieuwe gezichten, hebben meteen een mooie inbreng in dit lijstje. Eén van hun vragen wordt gekozen met 11 stemmen:

 

Hoe ‘eigen’ is een eigen mening?

 

Meteen bij het begin van het gesprek wordt duidelijk dat er heel wat verwarring bestaat over het begrip mening. Voor sommigen heeft het met oordelen te maken, anderen wijzen op het belang van de interactie met je omgeving. Een mening is altijd een mening ‘over’ iets. De indieners van de vraag vinden dat vooral ‘beïnvloedbaarheid’ bij de vraagstelling moet betrokken worden. Is een mening minder eigen als je beïnvloed wordt door je omgeving? Verschillende deelnemers menen van niet, omdat het nog altijd het IK is dat een welbepaalde positie inneemt. Een andere gedachte is dat meningen ook met waarneming zouden te maken hebben en de manier waarop je iets meet.

Vlak voor de pauze stelt iemand voor om volgend gedachte-experiment uit te voeren:

          Heeft een pasgeboren baby een mening?

Zo nee, dan kan je zeggen dat meningen altijd later toegevoegd worden en dat ze dus niet eigen zijn.

Na de pauze pikken we dit opnieuw op. Opnieuw valt op dat de meningen over de betekenis van ‘mening’ grondig verschillen. Volgens sommigen uit een baby zijn mening al als hij/zij huilt, volgens anderen is dit niet meer dan een biologische reflex. Meningen ontstaan in die optiek pas als ons bewustzijn ontstaat, of als we starten met denken. Bijkomende moeilijkheid: Wanneer houd je op met pasgeboren te zijn? En wie kan zich nog herinneren wanneer hij voor het eerst bewustzijn had? Of voor het eerst iets dacht? Of een eigen mening had?

 

Eén van deelnemers noemt meningen ‘gebakken lucht’, omdat er niet eens zoiets als een ‘zelf’ bestaat. Logische implicatie: we staan op dit moment allemaal gebakken lucht te verkopen, ook als we menen dat meningen gebakken lucht zijn. Desondanks is zowat een derde van de aanwezigen ervan overtuigd een eigen mening te hebben, wat duidelijk wordt als Sandra vraagt om even de hand op te steken. Het lijkt erop dat het voor hen grosso modo gaat om een samengaan van persoonlijkheid en interactie met de omgeving (‘een mening delen’, ‘het oneens zijn’,…).

Er wordt opgemerkt dat het antwoord schuilt in het woordje ‘hoe’. Als we vragen naar ‘hoe eigen is een mening’ vragen we naar een gradatie. Blijkbaar kan je dus spreken van ‘meer eigen’ of ‘minder eigen’. Toch kunnen we de namiddag niet in consensus afsluiten. Terwijl sommigen steeds een graad van ‘eigenheid’ aan een mening toekennen, blijven anderen ervan overtuigd dat het evengoed om 0% eigenheid kan gaan. Want wat is van mezelf (eigen) als het IK niet meer is dan een opeenstapeling van ervaringen?

 

Sandra

 

Terug