| Onderwerp |
Aantal
stemmen |
| ·
Is echte communicatie
mogelijk als we allemaal uniek zijn? ·
In hoeverre
is onafhankelijkheid mogelijk? · Zijn we inderdaad uniek? · Is
de opkomst van de filosofie een afzetten tegen materialisme? ·
Wat is het veiligheidsgevoel? · Wat is bezit? |
3 9 1 0
7 1 |
Zoals
zo vaak blijkt de vraag minder eenvoudig dan hij op het eerste zicht lijkt.
De meningen liggen dan ook nogal uit elkaar.
Iemand stelt heel radicaal: Ik ben uniek en bijgevolg volkomen onafhankelijk.
Mijn gedachten zijn van mezelf en worden niet door anderen beïnvloed
Als ik beslis om van mening te veranderen is dat mijn vrije keuze,
dus blijf ik onafhankelijk. Maar lang niet iedereen is het daarmee eens. Als
heel snel wordt een onderscheid gemaakt tussen materiële of fysische onafhankelijkheid
enerzijds en psychische of geestelijke ononafhankelijkheid anderzijds. Iedereen
zal inzien dat we afhankelijk zijn van voedsel, van onderdak, van warmte,
van zonlicht...om in leven te blijven. Maar dat zijn louter materiële/fysische
afhankelijkheden. Hoe het zit met geestelijke (on)onafhankelijkheid is minder
duidelijk. De indiener van de vraag probeert
het met een voorbeeld. Hij moet nu eenmaal eten en heeft er daarom geen probleem
mee om afhankelijk te zijn van de bakker. Maar hij zal geen geld lenen van
familie of vrienden omdat hij daar níet afhankelijk van wil zijn. Maar maakt
hem dat dan ook ONafhankelijk? Is er m.a.w. een verschil tussen onafhankelijk
en niet-afhankelijk?
In
dit voorbeeld speelt het aspect macht een rol. Iemand die je geld leent zou
daar misbruik van kunnen maken, terwijl dat bij, zeg maar de bakker, niet
het geval is. Maakt dat het verschil? Gaat het hier niet om het verschil tussen
je onafhankelijk voelen en echt onafhankelijk zijn? Een aantal deelnemers
menen dat echte ononafhankelijkheid wellicht een illusie is, maar dat het je
toch een prettig gevoel kan geven.
Er
wordt geopperd dat er twee niveaus zijn in het al dan niet onafhankelijk (kunnen)
zijn. Er is aan de ene kant de individuele mentale capaciteit. Aan de andere
kant zijn er allerlei externe factoren zoals cultuur, opvoeding, religie.
Kan
je in een toestand van volledige lichamelijke/materiële onafhankelijkheid of
wanneer er sprake is van macht toch geestelijk onafhankelijk blijven? Sommigen
menen van wel en halen Nelson Mandela aan als voorbeeld. Maar er wordt ook
ingebracht dat we nu eenmaal in een maatschappij, een sociale context leven,
hoe beperkt die ook kan zijn. We gaan allerlei relaties aan en kunnen dus
per definitie nooit volledig geestelijk of emotioneel onafhankelijk zijn.
En het lijkt erop dat we dat ook niet echt willen.
Heeft
het dan met vrijheid te maken? De vrijheid om te kiezen van wie/wat je afhankelijk
wil zijn? Bepaalt juist die vrijheid je ononafhankelijkheid? Sartre en De Beauvoir
worden geciteerd: We zijn gedoemd tot vrijheid. De vrijheid om al dan niet
afhankelijk te zijn hangt samen met een bepaalde creativiteit. Je moet de
keuzes die je hebt kunnen zien en er op een creatieve manier mee omgaan. Hiermee
komt meteen ook een ander aspect naar voren nl. verantwoordelijkheid. We zijn
verantwoordelijk voor onze eigen vrijheid, voor onze keuzes, wordt gezegd.
Als het over onafhankelijkheid gaat lijkt die verantwoordelijkheid op verschillende
vlakken te zitten. Er wordt verwezen naar de zorgethiek. Een zorgverlener
heeft een zekere verantwoordeljkheid
naar de verzorgde toe. Tegelijk draagt diegene die zorg-afhankelijk is ook
de verantwoordelijkheid om die zorg te (willen) ontvangen
We
denken ook na over het verband tussen (on)afhankelijkheid en individualisme.
Zijn we in onze individualistische maatschappij ook onafhankelijker dan in
samenlevingen waar dit minder uitgesproken is? We komen er niet uit.
Is
ononafhankelijkheid inderdaad een illusie die ons een goed gevoel bezorgt?
We zijn vandaag in Den Hopsack in ieder geval afhankelijk van de gekozen vraag,
van wat de aanwezigen allemaal te vertellen hebben, van wat de barman allemaal
te schenken heeft... Ondanks dat...illusies of niet...is het toch weer een
fijne namiddag geworden.