Filosofisch café 11 juni
Koen verwelkomt Karel Van Dinter (Vrijzinnige Omroep) en Jean-Pierre Dubois (maker van een DVD over filocafés). Hij meldt ook nog even dat alle informatie over de zomercursus emoties en over een introductieavond daaromtrent op de website te vinden is.
Christel modereert het gesprek. Na een korte inleiding en overleg in kleine groepjes komen de volgende vragen:
|
· Kan er een grens zijn aan begrip opbrengen? |
8 stemmen, 11 na tweede stemronde |
|
· Leidt filosofie tot ongevoeligheid? |
7 stemmen, idem na tweede stemronde |
|
· Is voetbal filosofie voor de zwijnen of heeft het een toegevoegde waarde? |
0 stemmen |
|
· Wat is een partnerrelatie? |
2 stemmen |
|
· Wat is de praktische bijdrage van de oude filosofen voor onszelf? |
1 stem |
|
· Wat is een (goede) vader zijn? |
0 stemmen |
We zullen het dus hebben over ‘Kan er een grens zijn aan begrip opbrengen?’
De indieners van de vraag denken hierbij aan de moord op een 2-jarig meisje in Antwerpen. Kan je daar nog begrip voor opbrengen?
Het eerste en grootste deel van het gesprek gaat over het aspect ‘begrip opbrengen’, waarbij het cruciaal lijkt om een onderscheid te maken tussen ‘begrip opbrengen’ en ‘begrijpen’. Je kan immers iets niet begrijpen, maar er toch begrip voor opbrengen. Begrijpen associëren de meesten met een vorm van rationeel inzicht, maar ook met een vorm van toe-eigening, een ‘grijpen’. Iemand vraagt of het ‘grip’ in begrip niet dezelfde connotatie heeft, maar hier lijkt de taal ons toch eerder achteruit dan vooruit te helpen.
Wat is ‘begrip opbrengen’ dan wel? De indieners van de vraag wijzen erop dat het alleszins om een morele keuze gaat. Wie begrip kan opbrengen, WIL begrip opbrengen. Maar is het woord ‘opbrengen’ dan niet te veel in de vraag. Als het een dwang is, komt het toch niet uit jezelf? Misschien moeten we het dus houden bij het woord ‘begrip’ alleen. Er worden verschillende associaties gemaakt: begrip als het reeds genoemde inlevingsvermogen, of sterker nog, als een vorm van fantasie, als de mogelijkheid om te denken dat iemand radicaal anders is dan jezelf. Het gaat dan om een soort van bereidwilligheid om je datgene voor te stellen waar je met je verstand niet bijkan. Het onderscheid met begrijpen wordt nu heel scherp. Misschien is het zelfs makkelijker om je in te leven als je minder weet, minder begrijpt. Begrip opbrengen kan je in die zin leren, het is een voortdurende training op weg naar een beter en wijzer zelf. Als we het zo begrijpen, is het ook denkbaar dat begrip opbrengen iets waardevols oplevert zonder dat die persoon er zelf beter van wordt.
Dit laatste zou meteen een oplossing betekenen voor het tweede grote discussiepunt tijdens het gesprek: Is begrip opbrengen voor bepaald gedrag hetzelfde als dit gedrag accepteren? Hangt de mate van begrip opbrengen samen met het al dan niet nemen van sancties? Schuilt er geen gevaar in te veel begrip opbrengen? Hier zijn de meningen verdeeld. Een aantal mensen menen dat ingrijpen bij een misdaad wel degelijk kan samengaan met begrip opbrengen voor de misdadiger.
Anderen opperen echter dat er wel degelijk grenzen aan begrip zijn, daarbij verwijzend naar kindermoorden en vrouwenbesnijdenis. Iemand merkt op dat er een negatieve connotatie in de vraag zit: een zekere angst om jezelf te verliezen. En daar ligt precies de grens. Je moet immers ook oneindig respect hebben voor jezelf en dat integer houden. “Natuurlijk moet je wel respect opbrengen voor wat anders is en niet oordelen”, luidt het. “Laat het oordeel maar aan een andere substantie over (bv. God). Maar de grens van begrip is de bescherming van je integriteit, van je eigen geweten.”
Meteen volgt een andere vraag. Kan je achteraf zeggen: daar heb ik spijt van, daar had ik liever geen begrip voor opgebracht? Jammer genoeg gaat niemand hier echt op in. Na de pauze komen een aantal dingen terug, met in de eerste plaats de vraag of begrip opbrengen voor gedrag en accepteren van gedrag hetzelfde is. Wat bijvoorbeeld met een pestkop in de klas? Daar kan je misschien wel begrip opbrengen (thuissituatie, moeilijk leeftijd,…), maar het lijkt niet aangewezen om het pesten te dulden. Dit betekent dat diegene die het begrip krijgt er mogelijk geen voordeel uit haalt. Het voordeel ligt bij diegene die begrip opbrengt: die wordt er wijzer van.
Niet iedereen is het hiermee eens. Maakt het verleggen van je grenzen van begrip je werkelijk beter als persoon? “Je weet toch niet of begrip opbrengen ertoe leidt dat je een beter mens wordt”, klinkt het. “Op bepaalde momenten moet je handelen, begrip opbrengen komt later.” De opmerking lijkt een beetje een dooddoener, gezien de eerder gemaakte opmerking dat begrip hebben en ingrijpen kunnen samengaan.
Iemand anders meent dat het begrip al snel verdwijnt als dingen concreter worden. Zo kan je misschien wel begrip opbrengen voor het algemene principe van vrije seks, maar niet voor plas- en poepseks. Of gaat het hier eerder om ‘niet appreciëren’? Het mag, maar liever niet voor mij.
Een ander voorbeeld dat herhaaldelijk valt, is het geval Eichmann. Hannah Arendt kon hier geen begrip voor opbrengen, omdat ze geen begrip kon opbrengen voor het feit dat mensen niet zelfstandig denken. Maar misschien had Eichmann geen ander mens kunnen zijn dan wie hij was. Moeten we daar dan geen begrip voor opbrengen? We eindigen het filocafé zoals gewoonlijk met meer vragen dan antwoorden. Gelieve daar begrip voor op te brengen.