Verslag Filosofisch Café 12 maart 2006
Moderator:
Sandra Aerts
Koen heet iedereen
welkom, wijst even kort op een aantal activiteiten in de nabije toekomst
(zie elders op deze website) en geeft vervolgens het woord aan Sandra Aerts,
die vandaag het gesprek zal begeleiden.
Sandra nodigt alle
aanwezigen uit om zich eens voor te stellen aan een onbekende in het
gezelschap. Het idee is om aan de hand van een kort gesprekje een vraag te
vinden voor die andere. Uiteraard een vraag die bij uitbreiding prikkelend
genoeg is om door heel de groep gedurende de rest van de namiddag te
onderzoeken. Deze aanpak levert de volgende suggesties op:
|
Onderwerp |
Aantal
stemmen |
|
1 |
Na een woordje uitleg bij de “Top 3” van de vragen (6,
7 en 9) volgt een tweede en zelfs derde stemronde. Uiteindelijk houden we vraag
7 over.
Als ik eerlijk ben, is
dat dan omdat ik te dom ben om oneerlijk te zijn?
De indieners van de
vraag stellen dat, hoewel eerlijkheid een belangrijke waarde wordt gevonden, er
schijnbaar meer argumenten en vooral voordelen zijn voor oneerlijkheid. Is het
dan niet slimmer om oneerlijk te zijn? Dit zullen we moeten onderzoeken.
Wat is dat “eerlijk”
precies? Kan je een uitspraak die niet gebaseerd is op feiten wel eerlijk
noemen? Is een leugentje om bestwil oneerlijk? En wat heeft eerlijkheid
vervolgens te maken met intelligentie? Is de vraag rond eerlijkheid niet eerder
een morele kwestie?
De eerste
bedenking die naar voren komt, is dat iemand iets wijs maken of bedriegen
altijd een constructie vereist die bijna niet vol te houden is. Vroeg of laat
val je door de mand. Denk maar aan het gezegde “Al is de leugen nog zo snel, de
waarheid achterhaalt hem wel”. Iemand meent dat je uiteindelijk ook verder komt
met de waarheid. Wat heb je aan een oneerlijke opmerking, aan een
schijnvertoning? Maar misschien is eerlijkheid toch niet helemaal de realiteit
van het leven. Zowel in een zakelijke als in een privé-relatie moet je soms
oneerlijk zijn om je doel te bereiken. Richard (de indiener van de vraag) ziet
hierin het verband met intelligentie. Hij meent dat je moet nadenken voor je
eerlijk of oneerlijk bent en legt dit uit aan de hand van een concreet
voorbeeld. Stel dat de barman (eerlijk) tegen zijn vrouwelijke klanten zegt dat
hij ze lelijk vindt, zal hij snel geen klanten meer overhouden.
Iemand anders
meent dan weer dat je over eerlijkheid niet moet nadenken. Zijn spontane
uitspraken niet het eerlijkst? Dit wordt betwist. Rechtuit zijn, altijd eerlijk
zijn, strookt daarom nog niet met de werkelijkheid. We moeten hier even het
onderscheid maken tussen waarachtigheid (eerlijkheid, oprechtheid) en waarheid.
Het eerste heeft te maken met je interne realiteit of met je intenties. Het
tweede heeft te maken met standen van zaken. Dit is “de realiteit”. Stel je een
bruine tafel voor. De realiteit is dat die tafel bruin is, ook al schijnt er
misschien een groen licht op. De tafel lijkt groen. Dit is een illusie, geen
leugen, want er is geen sprake van kwaad opzet.
Iemand merkt nog
op dat een leugen die goed gebracht is soms “beter” kan zijn dan de waarheid.
Denk maar aan een mooi verhaal, een sprookje. Liegen kan dan waar-achtig
genoemd worden. We moeten ook de efficiëntie van het verhaal, van de leugen
niet onderschatten. Een duidelijk voorbeeld is reclame.
Er worden nog een
aantal aspecten toegevoegd. Ten eerste is er oppervlakkigheid: Alles reduceren
in het leven is oneerlijk. Wanneer je deze namiddag zou samenvatten als “een
fijne namiddag” ga je voorbij aan de verschillende deelelementen die je
misschien niet allemaal even fijn vond. Het gaat dan over een voorstelling, een
eigen interpretatie van de werkelijkheid. Is dit een leugen? Sommigen menen van
wel.
Een tweede aspect
is schaamte, eergevoel. In het woord eerlijkheid zit EER (honesty – honor). De
angst om betrapt te worden op een leugen, verlies van imago (eer, positie) kan
meespelen. Misschien heeft eerlijkheid dan minder te maken met de waarheid dan
met hoe je over wil komen.
Ten derde kan
gemakzucht een rol spelen bij de keuze tussen eerlijk of oneerlijk.
Eerlijkheid wordt
ook nog gekoppeld aan respect, aan integriteit, aan het belang van wederzijds
vertrouwen.
Kunnen we de
waarheid NIET zeggen zonder te liegen. Is dit diplomatie of berekendheid?
Is het niet je
doelstelling die bepaalt of je eerlijk bent in een relatie? Het vraagt een
zekere empathie om te weten wat de ander wil horen en dus om je uiteindelijke
doel te bereiken. Het kan een intelligente krachtmeting zijn. Waar ligt daarbij
de grens tussen eerlijk/oneerlijk Wanneer je een schilderij verkoopt voor een
veel hoger bedrag dan dat het voor jou waard is, is dit misschien geen leugen.
Hoe bepaal je immers wat het waard is voor die ander? Maar wanneer je een auto
verkoopt en vertelt dat die mechanisch in orde is terwijl dat niet zo is, is
dit wel een flagrante leugen.
Iemand meent dat
(een teveel aan) empathie altijd leidt tot oneerlijkheid t.o.v. jezelf, verlies
van je eigen waarachtigheid.
We lassen een
pauze in.
Zoals gewoonlijk
worden we tijdens de pauze getrakteerd op een column. Rosetta kondigt hiervoor
onze gast Prof. Erik Oger aan. Hij brengt een prachtig verhaal over “Het Geluk”
en onze moeilijke relatie met het geluk.
We pikken de
draad van het gesprek weer op.
Sandra vraagt of,
indien we de vraag eerlijk beantwoorden, we dan aan de hand van die vraag
kunnen onderzoeken of we dom zijn? Het lijkt nog steeds of er geen eenduidig
antwoord is. Iemand zoekt het verband tussen eerlijkheid en intelligentie bij
“bescherming". Liegen of niet liegen kan gebeuren vanuit (zelf)bescherming
en dat vraagt een zekere intelligentie.
Zowel eerlijk als
oneerlijk gedrag kan afgestraft worden, dus kunnen we misschien niet spreken
van slim of dom. Neem als voorbeeld het recente voetbalschandaal. Vanuit het
standpunt van de zogenaamde gokchinees is de fraude slim bekeken. Men zou er
zelfs bewondering voor kunnen hebben. De betrokkenen die de waarheid openbaar
gemaakt hebben, werden afgestraft, hebben verloren. Dit was dus blijkbaar niet
zo slim. Een tegenvoorbeeld komt uit de privé-sfeer. Iemand vertelt dat hij
zijn goede vriend bijna nooit meer belde, officieel omdat hij het te druk had,
maar in werkelijkheid omdat zijn vriend bij elk gesprek begon te “zeuren” over
relatieproblemen. Uiteindelijk werd dit eerlijk besproken en is er minder
wroeging, meer begrip. Is eerlijkheid hier dan dom? Het lijkt erop dat het hier
gaat om 2 verschillende definities van eerlijk zijn, enerzijds gelinkt aan IQ,
anderzijds aan EQ. Er is echter een overeenkomst, namelijk berekening. Het gaat
uiteindelijk om winst. In het eerste voorbeeld is er duidelijk winst op
zakelijk niveau. In het tweede voorbeeld was er op vriendschappelijk vlak niets
meer te verliezen. Dus is er winst op lange termijn.
Kunnen we de
combinatie van eerlijk en dom niet naïef noemen? Tijdens een
sollicitatiegesprek zeggen dat je niets goed doet, kan wel eerlijk zijn, maar
niet slim. Het tegenovergestelde van naïviteit zou dan sluwheid/berekendheid zijn.
Toch kunnen we dit niet altijd liegen noemen. Het hangt af van de context
waarin het allemaal gebeurt. Een sollicitatiegesprek of een examen is een spel.
Het gaat er juist om te verbergen wat je niet kan/niet kent. Je verwacht in
zo’n situatie ook geen waarachtigheid. Vergelijk het met een pokerspel. Je
wordt geacht om te bluffen, te “liegen”. Maar in een intermenselijke relatie
zou je je bedrogen voelen.
Er wordt
ingebracht dat we altijd een rol spelen. Wanneer je niet beantwoordt aan die
rol die anderen je toebedeeld hebben, voelen ze zich bedrogen. Maar je bent
daarom niet niet-waarachtig. We hebben
gewoon meerdere identiteiten. Dus: niet alleen wat eerlijk is, maar ook wat
eerlijk gevonden wordt, wordt ervaren vanuit een bepaalde context. Is intelligentie
misschien dan weten welk spel er gespeeld wordt of welke rol je in dat spel
speelt? Wanneer ik eerlijk ben, is dat MIJN waarheid, maar misschien is dat
niet de waarheid van de ander en denken ze dus dat ik lieg. Domheid is dan het
onvermogen om de verschillende standpunten te zien, de onmogelijkheid om je te
kunnen inleven
Eerlijkheid kan
ook heel misplaatst zijn. Soms is iets niet zeggen een teken van
fijngevoeligheid. Het behoort tot de omgangsvormen, beleefdheidsnormen die
nodig zijn in menselijke relaties. En dit kunnen inschatten, heeft meer te
maken met wijsheid, dan met intelligentie. Heel intelligente mensen kunnen wel
degelijk heel ongepaste opmerkingen maken. Je zou het ook volwassenheid kunnen
noemen. Wanneer een volwassene zich even eerlijk als een kind uitdrukt is dit
soms ongepast
Kan je nu voor
iemand anders uitmaken of die eerlijk/wijs is of kan je dat alleen voor jezelf
uitmaken? Het gebeurt in ieder geval
wel, maar of het werkelijk kan is nog maar de vraag. Denken we maar aan strafrecht.
Wanneer gebruik gemaakt wordt van een leugendetector, gaat het om het
analyseren van louter fysische responsen om te beslissen of iemand eerlijk is.
Bij een jury gaat het echter om mensen die zelf die beslissing moeten nemen.
Hier ligt het wellicht al moeilijker.
Om af te sluiten
probeert Erik Oger een antwoord te formuleren op de uitgangsvraag. Wellicht is
er geen oorzakelijk verband tussen dom en eerlijk of tussen intelligent en
oneerlijk. Het gaat blijkbaar om een spel, om een “economisch” denken, om
belangen. We leren het spel eerlijk/oneerlijk al spelen als kind. We leren het
verschil tussen (en het belang van) het uiten of verbergen van onze intenties.
En dit leerproces heeft dan weer te maken met intelligentie.
Christel