Verslag Filosofisch Café    12 maart 2006

Moderator: Sandra Aerts

Koen heet iedereen welkom, wijst even kort op een aantal activiteiten in de nabije toekomst (zie elders op deze website) en geeft vervolgens het woord aan Sandra Aerts, die vandaag het gesprek zal begeleiden.

Sandra nodigt alle aanwezigen uit om zich eens voor te stellen aan een onbekende in het gezelschap. Het idee is om aan de hand van een kort gesprekje een vraag te vinden voor die andere. Uiteraard een vraag die bij uitbreiding prikkelend genoeg is om door heel de groep gedurende de rest van de namiddag te onderzoeken. Deze aanpak levert de volgende suggesties op:

Volgende vragen worden ingediend:

      Onderwerp

Aantal stemmen

  1. Wat zoeken wij hier (in dit café)?
  2. Is een intieme relatie nodig voor een volwaardig leven?
  3. Bestaat de juiste partner?
  4. Is er een verschil tussen wetenschappelijk en filosofisch denken?
  5. Kunnen we liefde meten?
  6. Waarom lachen mensen?
  7. Als ik eerlijk ben, is dat dan omdat ik te dom ben om oneerlijk te zijn?
  8. Kan ik een slechte leugenaar zijn?
  9. Ben je van nature filosoof?
  10. Is democratie als politiek systeem een utopie?
  11. Kan je spreken van meerdere of mindere mensen?
  12. Wat is zinvol?

1
2
1
3
0
6
5
0
4
0
2
3

Na een woordje uitleg bij de “Top 3” van de vragen (6, 7 en 9) volgt een tweede en zelfs derde stemronde. Uiteindelijk houden we vraag 7 over.

Als ik eerlijk ben, is dat dan omdat ik te dom ben om oneerlijk te zijn?

De indieners van de vraag stellen dat, hoewel eerlijkheid een belangrijke waarde wordt gevonden, er schijnbaar meer argumenten en vooral voordelen zijn voor oneerlijkheid. Is het dan niet slimmer om oneerlijk te zijn? Dit zullen we moeten onderzoeken.

 

Wat is dat “eerlijk” precies? Kan je een uitspraak die niet gebaseerd is op feiten wel eerlijk noemen? Is een leugentje om bestwil oneerlijk? En wat heeft eerlijkheid vervolgens te maken met intelligentie? Is de vraag rond eerlijkheid niet eerder een morele kwestie?

De eerste bedenking die naar voren komt, is dat iemand iets wijs maken of bedriegen altijd een constructie vereist die bijna niet vol te houden is. Vroeg of laat val je door de mand. Denk maar aan het gezegde “Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel”. Iemand meent dat je uiteindelijk ook verder komt met de waarheid. Wat heb je aan een oneerlijke opmerking, aan een schijnvertoning? Maar misschien is eerlijkheid toch niet helemaal de realiteit van het leven. Zowel in een zakelijke als in een privé-relatie moet je soms oneerlijk zijn om je doel te bereiken. Richard (de indiener van de vraag) ziet hierin het verband met intelligentie. Hij meent dat je moet nadenken voor je eerlijk of oneerlijk bent en legt dit uit aan de hand van een concreet voorbeeld. Stel dat de barman (eerlijk) tegen zijn vrouwelijke klanten zegt dat hij ze lelijk vindt, zal hij snel geen klanten meer overhouden.

Iemand anders meent dan weer dat je over eerlijkheid niet moet nadenken. Zijn spontane uitspraken niet het eerlijkst? Dit wordt betwist. Rechtuit zijn, altijd eerlijk zijn, strookt daarom nog niet met de werkelijkheid. We moeten hier even het onderscheid maken tussen waarachtigheid (eerlijkheid, oprechtheid) en waarheid. Het eerste heeft te maken met je interne realiteit of met je intenties. Het tweede heeft te maken met standen van zaken. Dit is “de realiteit”. Stel je een bruine tafel voor. De realiteit is dat die tafel bruin is, ook al schijnt er misschien een groen licht op. De tafel lijkt groen. Dit is een illusie, geen leugen, want er is geen sprake van kwaad opzet.

Iemand merkt nog op dat een leugen die goed gebracht is soms “beter” kan zijn dan de waarheid. Denk maar aan een mooi verhaal, een sprookje. Liegen kan dan waar-achtig genoemd worden. We moeten ook de efficiëntie van het verhaal, van de leugen niet onderschatten. Een duidelijk voorbeeld is reclame.

Er worden nog een aantal aspecten toegevoegd. Ten eerste is er oppervlakkigheid: Alles reduceren in het leven is oneerlijk. Wanneer je deze namiddag zou samenvatten als “een fijne namiddag” ga je voorbij aan de verschillende deelelementen die je misschien niet allemaal even fijn vond. Het gaat dan over een voorstelling, een eigen interpretatie van de werkelijkheid. Is dit een leugen? Sommigen menen van wel.

Een tweede aspect is schaamte, eergevoel. In het woord eerlijkheid zit EER (honesty – honor). De angst om betrapt te worden op een leugen, verlies van imago (eer, positie) kan meespelen. Misschien heeft eerlijkheid dan minder te maken met de waarheid dan met hoe je over wil komen.

Ten derde kan gemakzucht een rol spelen bij de keuze tussen eerlijk of oneerlijk.

Eerlijkheid wordt ook nog gekoppeld aan respect, aan integriteit, aan het belang van wederzijds vertrouwen.

 

Kunnen we de waarheid NIET zeggen zonder te liegen. Is dit diplomatie of berekendheid?

Is het niet je doelstelling die bepaalt of je eerlijk bent in een relatie? Het vraagt een zekere empathie om te weten wat de ander wil horen en dus om je uiteindelijke doel te bereiken. Het kan een intelligente krachtmeting zijn. Waar ligt daarbij de grens tussen eerlijk/oneerlijk Wanneer je een schilderij verkoopt voor een veel hoger bedrag dan dat het voor jou waard is, is dit misschien geen leugen. Hoe bepaal je immers wat het waard is voor die ander? Maar wanneer je een auto verkoopt en vertelt dat die mechanisch in orde is terwijl dat niet zo is, is dit wel een flagrante leugen.

Iemand meent dat (een teveel aan) empathie altijd leidt tot oneerlijkheid t.o.v. jezelf, verlies van je eigen waarachtigheid.

We lassen een pauze in.

 

Zoals gewoonlijk worden we tijdens de pauze getrakteerd op een column. Rosetta kondigt hiervoor onze gast Prof. Erik Oger aan. Hij brengt een prachtig verhaal over “Het Geluk” en onze moeilijke relatie met het geluk.

 

We pikken de draad van het gesprek weer op.

Sandra vraagt of, indien we de vraag eerlijk beantwoorden, we dan aan de hand van die vraag kunnen onderzoeken of we dom zijn? Het lijkt nog steeds of er geen eenduidig antwoord is. Iemand zoekt het verband tussen eerlijkheid en intelligentie bij “bescherming". Liegen of niet liegen kan gebeuren vanuit (zelf)bescherming en dat vraagt een zekere intelligentie.

Zowel eerlijk als oneerlijk gedrag kan afgestraft worden, dus kunnen we misschien niet spreken van slim of dom. Neem als voorbeeld het recente voetbalschandaal. Vanuit het standpunt van de zogenaamde gokchinees is de fraude slim bekeken. Men zou er zelfs bewondering voor kunnen hebben. De betrokkenen die de waarheid openbaar gemaakt hebben, werden afgestraft, hebben verloren. Dit was dus blijkbaar niet zo slim. Een tegenvoorbeeld komt uit de privé-sfeer. Iemand vertelt dat hij zijn goede vriend bijna nooit meer belde, officieel omdat hij het te druk had, maar in werkelijkheid omdat zijn vriend bij elk gesprek begon te “zeuren” over relatieproblemen. Uiteindelijk werd dit eerlijk besproken en is er minder wroeging, meer begrip. Is eerlijkheid hier dan dom? Het lijkt erop dat het hier gaat om 2 verschillende definities van eerlijk zijn, enerzijds gelinkt aan IQ, anderzijds aan EQ. Er is echter een overeenkomst, namelijk berekening. Het gaat uiteindelijk om winst. In het eerste voorbeeld is er duidelijk winst op zakelijk niveau. In het tweede voorbeeld was er op vriendschappelijk vlak niets meer te verliezen. Dus is er winst op lange termijn.

 

Kunnen we de combinatie van eerlijk en dom niet naïef noemen? Tijdens een sollicitatiegesprek zeggen dat je niets goed doet, kan wel eerlijk zijn, maar niet slim. Het tegenovergestelde van naïviteit zou dan sluwheid/berekendheid zijn. Toch kunnen we dit niet altijd liegen noemen. Het hangt af van de context waarin het allemaal gebeurt. Een sollicitatiegesprek of een examen is een spel. Het gaat er juist om te verbergen wat je niet kan/niet kent. Je verwacht in zo’n situatie ook geen waarachtigheid. Vergelijk het met een pokerspel. Je wordt geacht om te bluffen, te “liegen”. Maar in een intermenselijke relatie zou je je bedrogen voelen.

Er wordt ingebracht dat we altijd een rol spelen. Wanneer je niet beantwoordt aan die rol die anderen je toebedeeld hebben, voelen ze zich bedrogen. Maar je bent daarom niet niet-waarachtig.  We hebben gewoon meerdere identiteiten. Dus: niet alleen wat eerlijk is, maar ook wat eerlijk gevonden wordt, wordt ervaren vanuit een bepaalde context. Is intelligentie misschien dan weten welk spel er gespeeld wordt of welke rol je in dat spel speelt? Wanneer ik eerlijk ben, is dat MIJN waarheid, maar misschien is dat niet de waarheid van de ander en denken ze dus dat ik lieg. Domheid is dan het onvermogen om de verschillende standpunten te zien, de onmogelijkheid om je te kunnen inleven

Eerlijkheid kan ook heel misplaatst zijn. Soms is iets niet zeggen een teken van fijngevoeligheid. Het behoort tot de omgangsvormen, beleefdheidsnormen die nodig zijn in menselijke relaties. En dit kunnen inschatten, heeft meer te maken met wijsheid, dan met intelligentie. Heel intelligente mensen kunnen wel degelijk heel ongepaste opmerkingen maken. Je zou het ook volwassenheid kunnen noemen. Wanneer een volwassene zich even eerlijk als een kind uitdrukt is dit soms ongepast

Kan je nu voor iemand anders uitmaken of die eerlijk/wijs is of kan je dat alleen voor jezelf uitmaken?  Het gebeurt in ieder geval wel, maar of het werkelijk kan is nog maar de vraag. Denken we maar aan strafrecht. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een leugendetector, gaat het om het analyseren van louter fysische responsen om te beslissen of iemand eerlijk is. Bij een jury gaat het echter om mensen die zelf die beslissing moeten nemen. Hier ligt het wellicht al moeilijker.

 

Om af te sluiten probeert Erik Oger een antwoord te formuleren op de uitgangsvraag. Wellicht is er geen oorzakelijk verband tussen dom en eerlijk of tussen intelligent en oneerlijk. Het gaat blijkbaar om een spel, om een “economisch” denken, om belangen. We leren het spel eerlijk/oneerlijk al spelen als kind. We leren het verschil tussen (en het belang van) het uiten of verbergen van onze intenties. En dit leerproces heeft dan weer te maken met intelligentie.

 

Christel

 

Terug