Verslag filosofisch café 08 januari 2006
Moderator: Richard Anthone
Welkomstwoordje door Koen Peeters
Koen overloopt de komende activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks met het filocafé gerelateerd zijn (zie links) en introduceert Richard die voor de tweede keer ons café zal modereren.
Richard stelt het boek Gevangenissen in België voor in verband met filosoferen in de gevangenis en komt met het Griekse begrip “paresia”. Paresia staat voor vrijmoedig praten over iets waarvan je overtuigd bent zonder gebruik te maken van retoriek. In de praktijk komt het zelden of nooit voor. Het is een vorm van “zelfzorg” in de zin dat je “iets kan kwijtraken” wat “op je lever ligt”. Het eens kunnen zeggen. Michel Foucault heeft er een boek over geschreven dat in 2004 vertaald is naar het Nederlands.
Richard roept op om vandaag vrijmoedig te spreken. Hij wil vertrekken met eenvoudige vragen binnen de nauwe context van het café zelf. De aanwezigen krijgen 10’ de tijd om in het café rond te kijken en tot een vraag te komen.
Na de pauze worden volgende vragen ingediend:
|
Onderwerp |
Aantal
stemmen |
|
· Moet een café bruin
zijn? · Wat is een café? · Past Den Hopsack nog in
deze tijd? · Maakt een bruin café
het makkelijker om diepzinnige gesprekken te voeren? · Is het in dit café
makkelijk om te filosoferen zoals vroeger? · Waarom hangen hier
erotische prenten in de buurt van de WC? · Beïnvloedt kleur en
verlichting sommige gesprekken? · Waarom maken mensen
foto’s op café? · Kan er gefilosofeerd worden aan de toog? · Zijn we naar iets op
zoek in dit café? · Welke voorwaarden
moeten vervuld zijn om gesprekken aan te knopen met wildvreemden? · Mag je roddelen in een
café? · Waar eindigt een
kunstwerk? |
0 0 2 0 0 0 0 0 10 5 4 1 2 |
Met 10 stemmen wordt uiteindelijk volgende vraag gekozen: Kan er gefilosofeerd worden aan den toog?
De indiener van de vraag geeft aan dat hij hiermee de mogelijkheidsvoorwaarden van filosofie wil onderzoeken. Wat is er nodig om echt tot een echt filosofisch gesprek te komen? En wat maakt een gesprek tot een echt filosofisch gesprek?
Na een tweede pauze brengt Rosetta haar column.
Richard vraagt zich af of er tijdens de pauze gefilosofeerd werd.
Iemand begint met een pleidooi voor de toog. Doordat je er dichter bij elkaar zit, kan er sneller een intenser contact ontstaan, wat tot goede gesprekken kán leiden. Wanneer je aan de toog gaat zitten, geef je (volgens sommigen) al aan open te staan voor een gesprek. Iemand die zich alleen aan een tafeltje zet, eventueel met een boek of krant, zou het tegenovergestelde signaal geven. Je kunt uren aan je tafeltje zitten zonder aangesproken te worden, terwijl je aan de toog binnen de kortste keren een gesprekspartner hebt. De toog is dus uitnodigend voor een gesprek.
Er volgen wat tegenargumenten. Aan de toog is alles vrijblijvender dan aan een tafel. Je kunt hierdoor gemakkelijker opstaan en weggaan tijdens een gesprek. Er wordt ook vaak (te) veel gedronken waardoor echte gesprekken niet meer mogelijk zijn.
Aan een tafel daarentegen is het engagement groter. Meestal kennen de mensen elkaar al en gaan daardoor eerder een diepgaander gesprek voeren. Dit wordt door een aantal mensen tegengesproken. Zij zijn hier vandaag aan een tafel met volkomen onbekenden in gesprek geraakt.
Herman, de barman van dienst, brengt in dat men aan een tafeltje meer met elkaar bezig is, terwijl aan de toog meer verteld wordt. Er wordt wel “gefilosofeerd” maar weinig geluisterd.
Deze opmerking brengt een nieuwe discussie op gang. Is luisteren noodzakelijk voor een goed gesprek? Ja, hoewel sommige mensen alleen maar doen alsof ze luisteren. En kan je dan niet filosoferen in je eentje, zonder iets te zeggen, of zonder dat er iemand luistert? Jawel, maar het brengt meer op wanneer er een zekere uitwisseling is. Is elk gesprek dan filosofie? De meeste mensen zijn het erover eens dat dit niet het geval is.
En hoe zit het bij een filosofisch gesprek aan de toog, met die zogenaamde vrijblijvendheid. Kan filosoferen wel “vrijblijvend” zijn? Je wordt immers gedwongen om na te denken over datgene wat je zegt. Iemand noemt filosofie abstract en daarom niet vrijblijvend. Op het woord ‘abstract’ komt veel protest. Verschillende mensen vinden dat filosofie net concreet moet zijn.
Wel stemmen enkele mensen ermee in dat vrijblijvendheid de filosofie in de weg staat. Er moet een zeker engagement zijn om van filosofie te kunnen spreken. Tegelijk moet aan verschillende voorwaarden voldaan worden, wat het gesprek opnieuw niet meer zo vrijblijvend maakt.
Een man (zelf gezeten aan de toog) draait het om. Volgens hem is het beter om in die vrijblijvendheid zelf een engagement aan te gaan om te filosoferen. Je kan kiezen om een filosofisch gesprek aan te gaan of niet.
Wat zijn dan de voorwaarden voor een filosofisch gesprek? Willen luisteren en constructief zijn, niet persé je eigen gelijk willen halen, openstaan voor andermans gedachten,… Iemand noemt het “een zoektocht naar inzicht en wijsheid”. Het onderwerp is daarbij minder belangrijk, zelfs over voetbal kan gefilosofeerd worden. De man maakt het concreter met een voorbeeld: “Wie moet in de goal staan bij ploeg X?” is geen filosofische vraag, maar “Wat is een goede keeper?” kan wel filosofisch zijn. Maar misschien is men wel naar ’t café gekomen om gewoon (vrijblijvend) te praten over de beste keeper. Is het dan niet hinderlijk gedwongen te worden na te denken?
Het valt te onderzoeken of je iemand zou kunnen opleggen om te filosoferen (aan den toog). Zo van: “Mannen, nu gaan we filosoferen”. Zou dat lukken? Er volgt een unaniem NEE. Maar wat zou er gebeuren wanneer je er €50 voor biedt? Dit doet al een aantal mensen twijfelen. Hebben we het recht om mensen te verplichten om na te denken, of is het eerder een kwestie van je verantwoordelijkheid opnemen? Een vrouw brengt in dat volwassenen toch de verantwoordelijkheid hebben om kinderen te leren nadenken. Waarom zou dat ook niet gelden ten opzichte van andere volwassenen? Stel dat iemand zou vragen: “Is dit een goede barman?” Is dat vrijblijvend? Het is niet altijd eenvoudig om een grens te trekken tussen enerzijds de andere vrij laten om te antwoorden of na te denken, of anderzijds hierin toch die verantwoordelijkheid op te nemen.
Hoe dan ook, het blijft belangrijk dat je vrij kan spreken – vrijmoedig – Paresia!
Misschien halen we “vrijblijvend” en “vrijmoedig” door elkaar? Wat is vrijmoedig spreken? Iemand komt met het voorbeeld van de vermoorde Theo van Gogh. Een man die veel mensen shockeerde met zijn films, met zijn uitspraken, maar na zijn dood bijna heilig verklaard werd. Is dit wel terecht? Sommigen vinden van wel: omdat Theo van Gogh zowel tijdens z’n leven als na z’n dood, iets “losweekte” bij mensen, hen in ieder geval aanzette tot nadenken/filosoferen. Zijn zijn extreme uitlatingen niet nodig om dit effect teweeg te brengen? De vergelijking wordt gemaakt met wat er gebeurt hier-en-nu in dit café. Zijn we hier wel vrijmoedig genoeg? Zijn we niet te zacht voor elkaar, te bang om iemand te kwetsen? En staat dat de filosofie niet in de weg? Zijn we niet een beetje rond de pot aan ’t draaien?
Iemand anders vergelijkt filosoferen met ‘vragen stellen’ en vrijmoedig praten met ‘stellingen poneren’.
Richard stelt als moderator de vraag of het dan nodig is om iets los te weken. Een aantal mensen antwoorden bevestigend en leggen het verband met ‘dingen op losse schroeven zetten’. Zo is het noodzakelijk is om je eigen identiteit op losse schroeven te zetten om filosofie mogelijk te maken. Verschillende identiteiten bemoeilijken het gesprek, maar niet als je er afstand van neemt. Iemand legt het verband met ‘identificatie’: het beeld dat we van onszelf hebben, vormt een hinderpaal om met een open geest te kunnen luisteren. Denk maar aan volkeren die zichzelf als ‘het uitverkoren volk’ beschouwen. Eén van de tooghangers meent dat we tot ‘het licht’ komen door ons ego los te laten. Iemand anders merkt op dat er ‘aan den toog’ blijkbaar niet gefilosofeerd kan worden: er wordt wel gesproken over ‘identiteiten loslaten’, maar ondertussen zijn mensen zich volop aan het profileren. Later in het gesprek komt ook nog de opmerking dat het moeilijk is om te filosoferen met religieuze mensen, omdat daarbij het geloof van die mensen op losse schroeven komt te staan.
Richard vraagt: “Is filosofie aan de toog per definitie onmogelijk?” Volgens de ene hangt dit af van de mensen die er zitten, anderen vinden dat het ook te maken heeft met het soort vragen die je stelt, volgens nog een ander gaat het om de intentie waarmee je aan de toog gaat zitten. Het is best mogelijk dat je voor de toog kiest met de intentie: ‘laat ons nu maar eens zeveren, we willen helemaal niet filosoferen.’
De indiener van de vraag vraagt zich af of er nog andere elementen die een gesprek filosofische maken. De meeste mensen zijn het erover eens dat een filosofisch gesprek vooral zoekend is en dat er niet noodzakelijk een conclusie moet getrokken worden. Misschien maakt een conclusie alle verdere filosofie wel onmogelijk maakt? Maar we moeten er natuurlijk voor opletten dat we ook geen meningen/conclusies als vraag verpakken, wordt opgemerkt. De vraag rijst ook of we elke maand naar het filocafé moeten komen om goed te kunnen filosoferen… Enkele anderen menen dat filosofie wel degelijk te maken heeft met conclusies, groeiprocessen, levensfasen,… Er is echter geen tijd meer om die verschillende begrippen verder uit te diepen. Richard rondt af met een mooi stukje ‘confituurfilosofie’ uit 'Socrates op de speelplaats' (Richard Anthone & Freddy Mortier). Om maar te zeggen: filosoferen kan alleen als mensen zin hebben om te filosoferen…