Confituurfilosofie
Of: een korte dialoog over weten en denken tussen Richard Anthone en zijn zoontje Sander (7 jaar), zaterdagmorgen 16 maart 1996
“Papa, wil je de confituur uit de ijskast meebrengen?”
“Mmm, is er nog wel confituur?”
“Ja, ik weet dat er nog confituur is!”
“Weet je dat er nog confituur is of denk je dat er nog confituur is?”
Na enig nadenken antwoordt Sander:
“Ik denk dat er nog confituur is.”
“Waarom zeg je nu: ik denk dat er nog confituur is?”
“Wat bedoel je?”
“Eerst zei je ik weet dat en nu zeg je ik denk dat .... Wat is het verschil tussen ik weet dat en ik denk dat...”
“Ah, als je iets weet dan ben je daar zeker van. En ik was niet zeker. Dus zei ik: ‘ik dacht’”
“En wanneer je zegt’ ik denk dat’ dan betekent dit dat je ergens niet zeker over bent?”
“Ja!”
“Waarvan kan je wel zeker zijn als je iets denkt?”
Weer moet Sander even nadenken.
“Ja, wanneer je telt. Als ik denk aan twee plus twee dan ben ik zeker dat het vier is. Want dat is altijd vier.”
“Maar dan weet je toch dat het vier is”
“Ja, maar ik heb
eerst moeten denken”